Zonneparken en windmolens in gemeente Groningen volgens de Stadspartij

By 15 januari 2021Nieuws

Het klimaatakkoord heeft grote gevolgen voor Nederland en dus ook voor de inwoners, instellingen en ondernemers in de gemeente Groningen. Klimaatverandering moet worden tegengaan. Nederland moet 49% minder CO2 uitstoten in 2030. Samen met 195 andere landen heeft Nederland zich gecommitteerd om in 2050 de opwarming te beperken tot 2 graden Celsius, en zo mogelijk tot 1,5 graad Celsius. Nederland heeft nog een extra ambitie, namelijk van het gas af voor 2050.

Op dit moment zijn de enige politieke alternatieven windmolens, zonnepanelen en geothermie. Dat laatste is jammerlijk mislukt in de gemeente Groningen. Over kernenergie wordt slechts in kleine kring gesproken. De Stadspartij ondersteunt het klimaatakkoord, maar is wel van mening dat dit door het Rijk is opgelegd zonder goede communicatie over de gevolgen voor de inwoners en bijbehorende financiering. Een groot deel van de uitvoering van het klimaatakkoord is neergelegd in de 30 energie regio’s die Nederland kent. De Provincie Groningen is één van deze zgn. Regionale Energie Strategie regio’s (RES). Er zijn echter maar beperkte middelen om zowel de doelstellingen als de communicatie en het draagvlak te bevorderen. Wel zijn er enorme subsidies voor exploitanten van zonneparken en windmolenparken, die veel weg hebben van kleine industrieën en een geweldige landschappelijke verandering te weeg brengen.

De Provincie Groningen (RES Regio) heeft een concept bod gedaan van 5,7 TWh op een totale Nederlandse ambitie van 35 TWh voor duurzame elektriciteit op land. Dat is relatief veel, zeker gerelateerd aan het aantal inwoners van onze provincie. Voor investeerders in zonnepanelen en windparken is Groningen extra aantrekkelijk vanwege de ruimte en relatief goedkope gronden. Een beperking is de beperkte capaciteit voor de afvoer van elektriciteit. Dat vergt een geweldige investering van zowel Tennet als Enexis die ook weer landschappelijke consequenties met zich meebrengen. Het transporteren van grote hoeveelheden elektriciteit over langere afstanden betekent een verlies van capaciteit als gevolg van ‘weerstand’ van 8 a 9%.

In de provincie Groningen zijn globaal drie ‘stroomvreters’. 1) De Eemshaven met o.a. het datacenter van Google 2) het industriecluster Delfzijl en 3) de stad Groningen. De gemeente Groningen heeft dus ook een verantwoording om met name de stad Groningen te voorzien van voldoende duurzame energie. Het aandeel van de gemeente Groningen is 0,5 TWh (exclusief 10% reserve). Dit is een afgeleide van de ambitie van de gemeente Groningen van 0,6 TWh voor 2035. Het aandeel wat nog niet is ingevuld bedraagt 0,469 TWh. Er ligt dus een behoorlijke ambitie nog voor de gemeente Groningen. Zonnepanelen op particuliere daken tellen niet mee in deze ambitie. De Stadspartij vindt het bod van de gemeente Groningen veel te ambitieus. Wij vinden dat grote dichtbevolkte steden niet hun complete energieverbruik binnen de eigen gemeentegrenzen moeten willen opwekken.

Geen hagelslag

Om te voorkomen dat zonneparken en windmolenparken als ‘hagelslag’ worden uitgestrooid over de gemeente Groningen moet er duidelijkheid komen over waar nu precies wel ruimte is voor windmolens en zonneparken en waar absoluut niet. De Stadspartij is van mening dat de zonnepanelen en windparken zo dicht mogelijk bij de gebruikers moeten worden geplaatst. Dat biedt een aantal voordelen. Het verlies van stroomcapaciteit wordt tot een minimum beperkt. Infrastructurele investeringen blijven beperkt en landschappelijke kwaliteiten worden eerbiedigt. Natuurlijk moeten de bewoners ter plaatse vooraf ingeschakeld worden bij het zoeken naar mogelijke energie locaties in hun directe omgeving.

Principe van de Zonneladder

De Stadspartij is dan ook van mening dat het principe van ‘de zonneladder’ moeten worden gevolgd. Dat wil zeggen: Eerst de mogelijkheid bekijken op bestaande daken van gebouwen, dan de mogelijkheden onderzoeken van plaatsing van zonnepanelen op ‘rest’ stukjes grond zoals bij

rotondes en bermen van wegen en als laatste optie het gebruik van landbouwgronden. Een taboe is in ieder geval het plaatsen van zonnepanelen in of nabij natuurgebieden of gebieden met een grote landschappelijke waarde.

Windmolens niet op land maar op zee

Windmolens, zeker de hele grote, horen primair op zee. Daar is voldoende ruimte en wind. Het rendement van windturbines op zee is aanzienlijk groter dan op het land. Grote windmolens op land hebben te grote landschappelijk gevolgen. Voor de gemeente Groningen is altijd de Martinitoren van belang geweest als hoogste punt. (97 meter) Terwijl een grote windmolens veel hoger is, zeker gezien de tiphoogte van de wieken met soms wel 200 meter. Kleine windmolens van maximaal 15 meter bijvoorbeeld bij een boerderij is geen probleem.

Participatie en draagvlak

Een ander belangrijk punt is om omwonenden te laten participeren in duurzame energieprojecten. Dat is goed voor de portemonnee en het draagvlak van duurzame energie. Het streven is een 50/50 verdeling. Indien een dergelijke verdeling niet mogelijk blijkt zal in eerste instantie gezocht moeten worden naar een andere locatie. In ieder geval zal er bij elke grootschalige investering een goede informatievoorziening moeten plaatsvinden met de omgeving. Daar is helaas vaak geen sprake van binnen de gemeente Groningen.

Laat een reactie achter