Vragen over uitvoeringstermijnen WMO voorzieningen.

De gemeente draagt zorg voor de maatschappelijke ondersteuning en waarborgt de kwaliteit en continuïteit van voorzieningen die zij aanbiedt aan cliënten. De gemeente moet maatwerkvoorzieningen treffen. De maatwerkvoorziening is, voor zover daartoe aanleiding bestaat, afgestemd op de omstandigheden en mogelijkheden van de cliënt. De gemeente heeft de keuze om de cliënt een maatwerkvoorziening aan te bieden in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB).

De gemeente is in 2015 ook verantwoordelijk voor de kwaliteit van deze voorzieningen. De gemeente bepaalt wie toegang krijgt tot de maatwerkvoorziening, dus ook wie de maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel mag ontvangen en de hoogte van de eigen bijdrage daarvan. Om tot die een beslissing te kunnen komen wie toegang krijgt tot een maatwerkvoorziening heeft de gemeente 8 weken de tijd om dit te kunnen bepalen. Deze termijn vloeit voort uit de Algemene wet bestuursrecht.

Kortgeleden vond in de gemeente de volgende situatie plaats:

Meneer de Jong is 87, woont in een portiekflat, is helaas terminaal en kan door zijn conditie nog minimaal het huis uit. Lopen ging al niet meer en hij is daardoor rolstoelafhankelijk. Meneer de Jong heeft een maatwerkvoorziening aangevraagd bij de gemeente omdat de drempels, zowel bij zijn deur als bij de lift,niet aangepast zijn op rolstoelgebruik. Binnen 8 weken is de beslissing door de gemeente genomen dat meneer inderdaad recht heeft op een maatwerkvoorziening in de vorm van een vlonder vanwege zijn situatie. Na het opmeten van de drempels kon de gemeente meneer de Jong echter niet vertellen hoe lang het zou gaan duren voordat deze voorziening ook daadwerkelijk aangebracht zou worden. Ook na drie keer vragen bij de gemeente kon niemand hem vertellen wanneer zijn vlonder er zou komen. Inmiddels is het 5 maanden later en heeft meneer de Jong zijn maatwerkvoorziening nog niet ontvangen. Maar helaas, het is te laat. Meneer de Jong is overleden en heeft nooit meer buiten kunnen komen.

(Om redenen van privacy is de naam gefingeerd)

Dit is een van de gevallen die bij ons bekend is. Navraag bij de VNG en onze ambtelijke dienst als ook het uitpluizen van de WMO verordeningen leerde ons dat er niks bekend is over het uitvoeringstermijnen van maatwerkvoorzieningen. Het gaat hierbij met name om de eenvoudige maatwerkvoorzieningen en de onzekerheid van de termijnen wanneer het uitgevoerd wordt. PGB is een oplossing maar voor oudere mensen zeker niet. Wij zijn van mening dat het in acht nemen van uitvoeringstermijnen, net als beslistermijnen, hoort bij een zorgvuldige invulling van onze zorgplicht. Naast maximale ondersteuning hebben onze inwoners ook het recht te weten waar ze aan toe zijn. Om die reden zijn wij van mening dat de gemeente sturing en visie moet geven als het gaat om uitvoeringstermijnen binnden de WMO. Bij de huishoudelijke hulp is dit gelukkig al wel het geval. Als iemand direct huishoudelijk hulp nodig heeft moet de gemeente dit binnen 24 uur geregeld hebben.

Naar aanleiding van het voorgaande heeft de fractie van  de Stadspartij de volgende vragen:

1.      Is het college bekend met de problematiek waar mensen zoals meneer de Jong mee te maken hebben? Bent u het met de Stadspartij eens dat we dergelijke situaties moeten voorkomen?

2.      Is het college ook van mening dat in het kader van verantwoordelijkheid van een maatwerkvoorziening in de WMO het college meer sturing en visie moet gaan geven als het gaat om uitvoeringstermijnen binnen de WMO? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u toelichten op welke wijze u daaraan tegemoet wilt komen?