Stadspartij wil onderzoek mogelijke belangenverstrengeling tussen Lefier en de Dienst RO/EZ

Straks staat de stad vol met onverkoopbare appartementen en wonen duizenden mensen in de schaduw van een flat. De rol van de Gemeente Groningen bij het bouwen van hoogbouw door een kleine groep investeerders en woningbouwcorporaties moet maar eens door een goed ingevoerde externe partij worden onderzocht. Daarbij ligt een onderzoek door het Meldpunt Integriteit Woningcorporaties van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu voor de hand.
De belangen van woningcorporatie Lefier en de gemeente Groningen liggen immers in elkaars verlengde. De Dienst RO/EZ wil in de hele stad flatgebouwen neerzetten en Lefier wil ze wel bouwen. Hoe de zakelijke en personele relaties liggen is niet duidelijk. Ook speelt hier de opstelling van de PvdA in de gemeente Groningen een bijzondere rol. Deze partij lijkt door dik en dun deze corporatie te steunen.Waarom? Naar mening van de Stadspartij moeten deze onduidelijke wederzijdse verhoudingen en belangen nader worden onderzocht en blootgelegd. Overal in de stad Groningen worden burgers slachtoffer van deze ogenschijnlijke belangenverstrengeling. De geciteerde uitspraak van wethouder Frank de Vries in het Dagblad van het Noorden van 9 januari j.l. is opmerkelijk. Hij zou in dat gesprek gezegd hebben…”dat hij vindt dat op ‘stedenbouwkundige gronden’ een hoge flat op de hoek van de Siersteenlaan met de Kwartsstraat noodzakelijk is”. De Stadspartij vraagt zich af, wat de vage term ‘stedenbouwkundige gronden’ inhoudt. Wat is in dit geval noodzakelijk? Zijn hier geheime deals gemaakt? En waar zijn de normale menselijke afwegingen? De betrokken burgers voelen zich misleid. Zij willen gewoon licht en lucht rond hun huis houden.
De woningmarkt vraagt om eensgezinswoningen. Dat is het College van B&W bekend, maar de Gemeente Groningen drukt sinds jaar en dag desondanks steeds weer nieuwe plannen voor hoogbouw door.
Aan deze onmenselijke toestand, waarbij winst zwaarder lijkt te tellen dan woongenot, moet een eind worden gemaakt.
Robert Prummel