Stad bouwt niet voor middenklasse

Door 8 juni 2020 Nieuws

Investeren in woningbouw voor de middenklasse

PVDA-wethouder Roeland van der Schaaf geeft een analyse van de woningmarkt in de stad Groningen. (DvhN 9 mei 2020) Hij roept op om samen te werken aan een gemeente voor iedereen.

Een heel goed streven. Wel gaat hij voorbij aan een aantal feiten. Allereerst dat zijn eigen PvdA verantwoordelijk is voor de omstreden verhuurdersheffing. In het kabinet Rutte 2 was de PvdA samen met de VVD verantwoordelijk voor de invoering van de verhuurdersheffing. De verhuurdersheffing die nieuwe investeringen van woningcorporaties inderdaad zeer lastig maken op dit moment.

Een ander kritiekpunt is dat er weliswaar veel wordt gebouwd in Groningen, maar heel eenzijdig. Aan de ene kant ‘ploppen’ studentenstudio’s voor studenten en jong werkenden uit de grond, met een uitgekiende huur die vaak net de maximale huursubsidie mogelijk maakt.  En aan de andere kant worden er teveel Stadsvilla’s gebouwd. Normale en betaalbare koopwoningen en huurwoningen worden op dit moment nauwelijks nog gebouwd in de stad Groningen. Nieuwbouwwoningen moeten gasvrij zijn en dat maakt nieuwbouwwoningen alleen al tienduizenden euro’s duurder. Daarnaast is de grond in het bezit van de gemeente Groningen erg duur voor bouwers, ontwikkelaars en woningbouwcoöperaties. Tegelijkertijd zien we dat Groningen door projectontwikkelaars hand in hand met de afdeling Ruimtelijke Ordening de stad gebruikt als speeltuin voor bouwprojecten. Deze projecten houden vrijwel geen rekening met de omgeving, leefbaarheid, ruimte en groen. Ook is er steeds minder sprake van gemengd bouwen waardoor nieuwbouwproject alleen nog beschikbaar zijn voor mensen met een grote beurs.

De stad Groningen dreigt zich op dit moment op te splitsen tussen enerzijds rijke stadjers die de dure koopwoningen nog kunnen betalen en anderzijds arme stadjers die door armoedebeleid en maximale huursubsidies en eventuele toeslagen de bestaande aanwezige sociale woningbouwvoorraad nog net kunnen betalen. Met de studenten ertussenin. De middenklasse oftewel mensen met een modaal inkomen worden gedwongen een huis te zoeken buiten de Ringweg van de stad of vaak nog verder weg. Een veeg teken is dan ook dat de basisscholen binnen de ringweg behoorlijk krimpen op dit moment. Groningen is wat dat betreft het beste te vergelijken met Amsterdam, voor wat betreft de woningmarkt. En dat belooft weinig goeds. De betaalbare en sociale stad komt steeds verder onder druk te staan. Het tekort aan betaalbare (sociale) huisvesting komt steeds verder onder druk te staan.

Waar de wethouder ook aan voorbij gaat is dat het College van Burgemeesters en wethouders, waar hij onderdeel vanuit maakt in 2019 en 2020 de onroerendzaakbelasting fors heeft verhoogd met respectievelijk 10% en 8% gemiddeld, exclusief indexeringen. En ook nu heeft het College alweer aangekondigd om de onroerendzaakbelasting in 2021 te verhogen met ruim 5%. Percentages die ver boven het normale inflatieniveau en landelijke gemiddelde liggen. Bezitters van koopwoningen in de stad die toch al een hogere waarde hebben, worden daardoor extra getroffen. En het wonen in de stad wordt daardoor nog duurder. Kopen of huren is vrijwel onmogelijk voor een normale prijs. Nog afgezien van andere hogere lasten voor inwoners die een grote stad normaliter met zich meebrengt.

De PVDA-wethouder en het College zijn voor een groot deel dus zelf verantwoordelijk voor het geschetste probleem. Ook doordat het College van B&W in Groningen nauwelijks de begroting rond krijgt en bovendien vrijwel geen reserves meer heeft om te investeren.  Met een gemeentelijke begroting van plusminus 1 miljard euro zou er normaliter genoeg geld moeten zijn voor investeringen die inderdaad hard nodig zijn voor de woningbouw en de benodigde infrastructuur. Eenzijdig naar het Rijk wijzen is dan ook te makkelijk en voor een deel ijdele hoop. Het rijk heeft voorlopig genoeg aan zichzelf komende jaren, met alle kosten die de ‘corona crisis’ met zich meebrengt.

Amrut Sijbolts
René Stayen                               

 Raadsleden van de Stadspartij

Deze tekst verscheen in het Dagblad van het Noorden op 12 mei 2020 als opinieartikel

Laat een reactie achter