juridificering van conflicten vragen en antwoorden

Vaak worden bij pogingen om een probleem tussen partijen op te lossen juridische gevechten gevoerd. Dit kan zijn tussen overheden onderling, tussen burgers en bestuur en tussen ondernemers en bestuur. Dit kan over van alles gaan. Denk bijvoorbeeld aan kapper Botros uit de Gelkingestraat (waarbij de gemeente in de gedaante van een van de aandeelhouders van Wonen boven Winkels acteert) of sportschool Springs op de Grote Markt.

Wanneer gemeenteraadsleden dan vragen ‘wat is hier aan de hand?’ dan krijgen zij steevast te horen, dat het onder de rechter is en dat het bestuur (lees de bureaucratie) hier niets over wil zeggen. Dit komt steeds vaker voor en op deze wijze kunnen volksvertegenwoordigers hun werk niet goed doen. Er wordt gesuggereerd dat de rechter zijn werk volledig in isolement doet en behoort te doen zonder verstoring door de politiek. Dit is een omstreden standpunt (zie toelichting hieronder)

De Stadspartij wil dat dit verandert.
Formeel kan de gemeenteraad als stadsbestuur op ieder moment besluiten, dat een juridische zaak bevroren moet worden en dat er bemiddeling dient plaats te vinden. Hoe dit precies kan en moet is een later punt van uitwerking. Het gaat natuurlijk (buiten de normale bezwaar- en beroepsprocedures op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht) om de vraag waarom de gemeente in conflict is met een andere partij? Hoe komt dit en waaraan ligt het? De Stadspartij wil desnoods vertrouwelijk een meldingsplicht in de gemeenteraadscommissies vastleggen wanneer er juridische procedures dreigen te ontstaan tussen de gemeente en derden. Op dat moment kan er nog worden ingegrepen om juridificering te voorkomen. Dan kan nog de waarom vraag worden gesteld en kan voor alle partijen veel energie en ergernis worden voorkomen.
Ook is de Stadspartij van mening, dat wanneer door onbehoorlijk
bestuur en toedoen van de gemeente burgers en ondernemers worden gedwongen te procederen, de gemeente voor de kosten moet opdraaien.

Standpunten bestuurders.
Nu lijkt het er op, dat verantwoordelijke bestuurders zich verschuilen achter de rechter. Zij hebben het niet geweten of niet weten te voorkomen, dat een conflict escaleerde. De Stadspartij vindt dit duikgedrag in plaats van een houding van oplossingsgerichtheid. Ook lijkt het erop, dat bestuurders hun ambtenaren niet durven aan te spreken op hun gedrag in dit soort kwesties.

Waarom gebeurt dit zo?
De ambtelijke organisatie heeft een grote kennisvoorsprong op een wethouder. Dat is een feit. Echter de bureaucratie heeft niet altijd per definitie gelijk. Daarom wil de Stadspartij weten hoeveel en waar (gemeenteraadscommissies) op dit moment juridificering van problemen aan de orde is.

De Stadspartij heeft de volgende vragen:

Voor de raadscommissies
Onderwijs en Welzijn
Ruimte en Wonen
Beheer en Verkeer
Werk en Inkomen
Financiën en Veiligheid

Hoeveel juridische procedures spelen bij elk van de onderwerpen van deze raadscommissies?

De Stadspartij vraagt onderscheid te maken tussen:

a. Procedures tussen overheden
b. Procedures tussen bestuur en burgers/instellingen
c. Procedures tussen bestuur en ondernemers

Dit kan als matrix worden aangeleverd. Per commissie kan dan worden doorgesproken over wat voor gevallen het gaat en wat voor maatregelen nog kunnen worden genomen.

 

Toelichting

In zijn proefschrift ‘Onder de rechter’ uit 2008 toont Hendrik Gommer1 aan dat we eigenlijk ook niet zo bang hoeven te zijn voor ‘undue influence’ van de rechter. Die rechter in Nederland staat bloot aan de invloed van vele maatschappelijke machten, zonder dat dat er nou per saldo toe leidt dat daardoor onafhankelijkheid of de inhoud van zijn oordeel wordt gecompromitteerd. Gommer’s onderzoek toont ook aan dat de vermeende regel dat de politiek zwijgt als de rechter spreekt, ‘een diepgewortelde misvatting’ is, zoals hij betoogt in een recent Volkskrant-artikel. Het aannemen van die vermeende regel is ‘eerder een modegril van de laatste twintig jaar’ (De Volkskrant, 30-01-2009) 1 Hendrik Gommer, Onder de rechter, diss. UvT. Wolff Legal Publishers: Nijmegen, 2008.

Voor het specifieke geval van Spring’s Total Bodycare is volgens de Stadspartij aan de orde: toezeggingen van het College van BenW uit een vorige collegeperiode versus een aanbod dat aan Spring’s gedaan werd vanuit de Dienst RO/EZ. Hierover heeft de Stadspartij nog de volgende vragen:


  • 3. Staat het huidige College van BenW achter de toezegging van het vorige college dat er een aanbod gedaan zou worden op het totaal concept Spring’s. De Stadspartij verwijst tevens naar een toezegging van wethouder Frank de Vries op de gemeenteraadsvergadering van 26 november 2008 naar aanleiding van vragen van de Stadspartij en de VVD. Gaarne niet verwijzen naar de mediation. Deze verdient niet de schoonheidsprijs.
  • Waarom is het bod op Spring’s niet conform de toezegging van voormalig wethouder Koen Schuiling gestand gedaan?
  • Is het College bereid om opnieuw in gesprek te gaan met Spring’s Total Body Care en zich niet te verschuilen achter zogenaamde juridische procedures?
  • Beseft het College dat wanneer de toezegging van Koen Schuiling/BenW niet wordt nagekomen er sprake is van onbehoorlijk bestuur van dit college?

 

Het college beantwoord de vragen als volgt:

Groningen, 20 december 2011.

In deze beantwoording zullen wij eerst een aantal algemene opmerkingen maken. Vervolgens zullen wij ingaan op de aspecten waarover specifiek vragen worden gesteld.

In uw vragen stelt u dat het college over een aantal lopende conflicten geen mededelingen wenst te doen omdat de zaak “onder de rechter is”, en daarbij stelt u dat volksvertegenwoordigers hierdoor hun werk niet goed kunnen doen. U stelt ook dat door ons gesuggereerd wordt dat de rechter zijn werk in volledig isolement doet en behoort te doen zonder verstoring door de politiek. Wij zijn het daar om meerdere redenen niet mee eens. Ten eerste staat het raadsleden vanzelfsprekend volkomen vrij om bepaalde kwesties in de raad(scommissie) aan de orde te stellen. Maar het is ook aan het college om de afweging te maken of hij op bepaalde kwesties in wil c.q. kan gaan.

Afhankelijk van het individuele geval kan het college daarin belemmerd worden door bijvoorbeeld procestechnische redenen of financiële belangen van de gemeente. Maar ook de privacy van de betrokkenen bij de juridische procedure kan een belemmering zijn om in het openbaar de inhoud van een (mogelijke) rechtzaak te bespreken.

U stelt ook dat formeel de gemeenteraad als stadsbestuur op ieder moment kan besluiten dat een juridische zaak “bevroren” kan worden en dat er bemiddeling plaats kan vinden. Voor dit standpunt vinden wij geen steun in de Gemeentewet. De Gemeentewet stelt in artikel 160 lid 1 onder f dat het college bevoegd is te besluiten namens de gemeente, college en raad om rechtsgedingen e.d. te voeren. Dat vindt slechts een uitzondering in die zaken waar het de raad “aangaat”. Dat wil dan zeggen, dat de juridische procedure besluitvorming van de raad betreft. En de raad moet daar dan ook expliciet toe besluiten.

4 Daarom vinden wij het ook principieel niet juist om een systeem in het leven te roepen waarbij de raadscommissie kan interveniëren in lopende juridische procedures, afgezien nog van het feit dat wij ons dat praktisch niet voor kunnen stellen. Vaak zijn het andere partijen die de gemeente c.q het college in een rechtszaak roepen. De gemeente Groningen kent, net zoals iedere andere gemeente in Nederland, aangespannen procedures over zaken met betrekking tot omgevingsrecht (bouwen, wonen, slopen, kappen), inkomen (uitkeringen) en maatschappelijke kwesties (subsidies). En daarnaast nog vele andere. Dan kan het gaan om bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke procedures, het kan gaan om beroepszaken, bezwaarschriften en beslagzaken enz. In totaal honderden per jaar.

Wij zien geen mogelijkheid om ten aanzien van al deze procedures per raadscommissie in matrixvorm overzichten te verstrekken. Een dergelijke opsomming geeft namelijk geen goed beeld over waar het in iedere zaak inhoudelijk om gaat. Dat wij niet bang hoeven te zijn voor het door u genoemde “undue influence” van de rechter zijn wij met u eens. Echter, wij vinden het in een aanhangige procedure niet opportuun en verstandig om daaraan publiekelijk een debat te wijden. De overheid dient in dergelijke procedures steevast het algemeen belang en moet ook daardoor enigszins terughoudend daarin haar procespositie hanteren.

Wij begrijpen uw koppeling van juridische procedures aan raadscommissies niet en wij delen uw mening niet dat daar “juridisering van problemen” aan de orde zou zijn. Wij wachten ook daarom het lopende onderzoek van de Rekenkamercommissie over de juridische functie af en zijn daarna graag bereid om daar met u over in discussie te gaan.

Ten aanzien van de zaak Springs stelt u een aantal zaken die naar onze mening niet juist zijn. Maar omdat deze zaak onder de rechter is, zullen wij daar nu niet op ingaan. Wij stellen daarom voor dat ten aanzien van deze zaak het oordeel van de rechter afgewacht wordt. Waarbij wij er wel op wijzen dat partijen natuurlijk ook nog na deze uitspraak in hoger beroep kunnen gaan.