"Raad onvoldoende geinformeerd over tramplannen"

 

Stadspartij Groningen

Aan het College van B&W Groningen,
Grote Markt 1,
Groningen.

 

Groningen 26 februari 2010

Onderwerp: tramplannen College

Geacht College,

De Stadspartij heeft de hand weten te leggen (anonieme tipgever) op een conceptnotitie (signalement) aan het dagelijks bestuur van de Dienst RO/EZgedateerd 1 februari 2010 over de tramplannen.

De Stadspartij concludeert na bestudering van dit conceptsignalement, dat de raad op 17 februari 2010 niet op alle punten volledig is geinformeerd en dat ook de voorgestelde planning nooit binnen de genoemde termijnen haalbaar zal zijn. De financiering is volgens uw adviseurs nog helemaal niet duidelijk. Gegeven alle onzekerheden en zaken, die nog onderzocht moeten worden, zullen volgens de Stadspartij de kosten van de regiotram/trein nog fors oplopen. Wie gaat dat betalen?

Onderwerpen van het concept signalement:
Citaat “Voorlopig ontwerp van lijn 1,Tracé keuze van lijn 2, de koppelingsvariant, en het eerste concept van een brief aan de gemeenteraad, waarmee deze rapporten worden aangeboden en waarin deze rapporten en uw besluit worden toegelicht” Einde citaat.

Inleiding:
Allereerst adviseert RO/EZ in de inleiding van het concept signalement:

Citaat: “De tram kan in verband met de hoge investeringen en de lange levensduur maar één keer goed (of fout) aangelegd worden. Vanuit die overwegingen willen we waarschuwen voor suboptimale oplossingen die op korte termijn goedkoop lijken, maar waarvoor op lange termijn mogelijk de rekening gepresenteerd wordt. Goedkoop is dan duurkoop. Dit speelt o.a. in het stationsgebied, bij de locatie van de remise op Zernike en bij de routing van de tram langs het Oosterhamrikkanaal (tussen Bloemsingel en Ulgersmaborg). In sommige gevallen zijn tijdelijke oplossingen wenselijk, maar die moeten dan ook zo goedkoop mogelijk zijn. Eveneens moeten de kosten op langere termijn eveneens benoemd worden.

Maatschappelijk gezien is het vooral van belang wat de aanleg van de tram en wat daaraan vast zit in totaal gaat kosten, met alle plussen en minnen. Pas daarna komt de -op zich relevante vraag- wie wat betaalt; of kosten direct kunnen worden toegerekend aan het project tram, of dat er een andere, aanvullende dekking moet worden gezocht. De discussie over de tweede vraag mag het zicht op de totale kosten niet vertroebelen.” Einde citaat.

Citaat: “Wij adviseren u dan ook om inhoudelijke en kostenoverwegingen goed uit elkaar te houden en daarbij steeds ook goed te kijken naar de consequenties op langere termijn. Op die manier kunt u bij het uiteindelijke besluit een zorgvuldige afweging maken tussen deze aspecten” Einde citaat.

De Stadspartij heeft van deze kostenoverwegingen in de collegebrief van 12 februari weinig kunnen lezen. Het gaat in de B&W brief vooral over gevoerde gesprekken en overige inhoudelijk punten. Op blz. 21 wordt kort iets gezegd over exploitatie en investeringskosten. De exploitatie zou rond zijn, maar wordt gekoppeld aan alle mogelijk nog volgende inhoudelijke wijzigingen in de plannen. Derhalve concludeert de Stadspartij, dat gezien, hetgeen hierna nog wordt gemeld, de exploitatie niet rond is.

De bandbreedte van de investering wordt in de B&W brief van 12 februari tussen de 270 en 370 miljoen genoemd (RO/EZ noemt in het concept signalement, blz. 12, een bandbreedte van tussen de 280 en 370 miljoen). Wat de bandbreedte ook is, B&W hebben in beantwoording (2009 nr. 68) van vragen van de Stadspartij d.d. 9 november 2009 aangegeven, dat de eerste twee tramlijnen gezamenlijk een bedrag vertegenwoordigen van 299 miljoen (antwoord op vraag 16 en 17). Deze bandbreedte en de afwijking van het concept signalement van RO/EZ bevreemdt de Stadspartij.

Duurzaamheid

Citaat RO/EZ
“Duurzaamheid
De gemeente heeft hoge ambities m.b.t. een duurzame stedelijke ontwikkeling
Momenteel heeft duurzaamheid echter nog geen formele plek in de opdrachtformulering en besluitvorming ten aanzien van de tram. De afweging van duurzaamheidaspecten is nog onvoldoende in de besluitvorming betrokken”
Einde citaat.

Planning

Citaat RO/EZ
“Planning
De planning voor de realisatie van lijn 1 en 2 gaat uit van start realisatie in 2011 (lijn 1) en operationeel eind 2014. Lijn 2 dient vervolgens een jaar later operationeel te zijn. Deze planning achten wij om twee redenen erg ambitieus. In de eerste plaats dient het complexe aanbestedingstraject eind 2010 te zijn afgerond. Dit achten wij gezien de complexiteit en de omvang niet haalbaar. Vervolgens  wordt er vanuit gegaan dat de eerste lijn in binnenstedelijk gebied en gedeeltelijk in het historische centrum, in ca 3 jaar gerealiseerd kan worden. Gezien de binnenstedelijke ligging en o.a. bereikbaarheidseisen hebben wij hierbij twijfels . Langere duur van de uitvoering heeft daarnaast financiële consequenties”. Einde citaat.

Financiële aandachtspunten
Alvorens op de inhoudelijk overwegingen van het concept signalement van RO/EZ in te gaan, allereerst de in het concept signalement genoemde financiële aandachtspunten (blz 11).

Citaat RO/EZ:
“Investeringskosten
Voor een kostencalculatie met een betrouwbare bandbreedte is het ‘Voorlopig Ontwerp’ op onderdelen nog onvoldoende uitgewerkt en is er voor een aanzienlijk aantal kostenposten te weinig betrouwbare informatie beschikbaar. De reden hiervoor is met name de beperkte beschikbare tijd voor de raming en de volledigheid van het ‘Voorlopig Ontwerp’. Dit betekent dat de kostenraming en de bandbreedte verder dient te worden uitgewerkt en gedetailleerd, alvorens hieruit, bij het uitwerkingsniveau passende enigszins betrouwbare conclusies kunnen worden getrokken” Einde citaat.

De Stadspartij concludeert, dat het college de raad plannen presenteert, waarbij  niemand ook maar enig idee heeft wat deze plannen uiteindelijk zullen kosten.

Citaat RO/EZ:

“Uit eerdere kostenoverzichten hebben wij echter een aantal aandachtspunten geconstateerd. Een deel van deze aandachtspunten heeft te maken met het feit, dat er onvoldoende betrouwbare informatie beschikbaar is en het ontwerp nog niet tot het gewenste niveau is uitgewerkt en het overige heeft te maken met het feit dat het (mogelijk) geen directe aanlegkosten betreft”. Einde citaat.

De Stadspartij concludeert, dat er onvoldoende betrouwbare informatie beschikbaar is en dat ook over de mogelijke verdeling van de kosten nog onvoldoende bekend is. Wat worden de extra dan wel aanvullende kosten voor de belastingbetalende Stadjer?

Lijn 1
Citaat RO/EZ
“lijn 1

  • De opgenomen kostenpost voor milieumaatregelen (geluid, lucht en trilling) is gebaseerd op de huidige model- en ontwerpgegevens. Op basis van deze globale gegevens achten wij de post vooralsnog te laag.

  • Er bestaat nog discussie over een aantal kostenposten of deze wel of niet een direct gevolg zijn van de aanleg van de tram. Wij zijn van mening dat het maatregelen betreft welke niet uitgevoerd zouden hoeven te worden als de tram niet gerealiseerd werd.

  • De hoogte van de post ‘onvoorzien’. In de analyse van advies bureau PRC wordt op basis van het huidige uitwerkingsniveau en gegevens een hogere post onvoorzien geadviseerd.

  • De kostenpost ‘vastgoedkosten aanpassingen luchtbrug UWV-gebouw ontbreekt nog.

  • Het is onduidelijk of en zo ja met welke financieringslast rekening dient te worden gehouden”. Einde citaat.

 

De Stadspartij concludeert, dat gezien de door uw ambtelijke adviseurs geplaatste opmerkingen de planning in uw brief van 12 februari veel te positief wordt voorgesteld en de kosten onzeker en onduidelijk zijn. Dit wordt ook op korte termijn niet duidelijk.

Milieu
Citaat RO/EZ
“Milieu

Op dit moment zijn de milieueffecten van de tram (met name geluid, trilling en kwaliteit woonomgeving) nog onvoldoende in beeld, omdat er nog geen gedetailleerde verkeersgegevens beschikbaar zijn. Een nadere verfijning is nodig om de effecten nauwkeuriger te kunnen bepalen en de consequenties daarvan (maatregelen en kosten) in beeld te brengen. Deze verfijning van het onderzoek is eveneens noodzakelijk om het bestemmingsplan voor de tram op te kunnen stellen. Het verfijnen van het onderzoek wordt inmiddels door het project RegioTram voorbereid. De uitkomsten kunnen er toe leiden dat het ontwerp (en kosten) voor de tram op plaatsen nog bijgesteld moet worden” Einde citaat.

De Stadspartij constateert, dat de plannen alleen maar duurder worden en dat de genoemde onderzoeken in de B&W brief van 12 februari 2010 op blz. 4 nog maar weinig voorstellen.

Fasering en uitvoering

Citaat RO/EZ
“Fasering en uitvoeringsperiode tram

De fasering en de uitvoering van de aanleg van de tram is nog onvoldoende gedetailleerd in beeld gebracht. Bij het aanleggen van een tramlijn door de bestaande stad is een groot aantal factoren (zoals bereikbaarheid, archeologisch onderzoek, evenementen) bepalend voor de uitvoeringstermijn en daarmee ook voor de kosten”. Einde citaat.

De Stadspartij constateert, dat de gemeenteraad aanlegplanningen worden voorgeschoteld die nooit haalbaar zijn.

De Stadspartij trekt uit deze overwegingen de conclusie, dat de voorgestelde plannen bij de huidige vaagheden en onduidelijkheden alleen maar duurder zullen worden en veel langer zullen duren dan door het College nu wordt voorgesteld.

Overige Inhoudelijke aandacht punten lijn 1

Op blz. 4 van de B&W brief van 12 februari wordt melding gemaakt van veel onderzoek. Naar mening van RO/EZ is dit onvoldoende en kostentechnisch niet overal juist gespecificeerd. Op blz. 5 wordt allerlei nader onderzoek aangekondigd. De tijd om al dit onderzoek uit te voeren  is naar mening van de Stadspartij veel te kort.

De collegebrief spreekt over (gedeeltelijke) sloop van de portiekflat op de hoek van Eiken- en Kastanjelaan. RO/EZ wil echter alles slopen en adviseren “te besluiten de locatie van de flat hoek Eikenlaan/Kastanjelaan te ontwikkelen, hiervoor het resterende deel van het flatgebouw aan te kopen en de verwerving- en ontwikkelkosten te dekken uit de grondopbrengsten”. Einde citaat.

De Stadspartij verwacht dat deze aap later uit de mouw zal komen, als alles al besloten is.

B&W geven in hun brief aan dat men voor het gebied Noorderstation (indien haalbaar) een afzonderlijk project wil maken. Het advies van RO/EZ zegt:  Citaat  “kennis te nemen van de kwalitatief beperkte stedenbouwkundige inpassing van de tram in het Noorderstationsgebied, en te besluiten een integraal ontwerp van het gehele Noorderstationsgebied te maken, waarna pas de directe kosten voor de aanleg van de tram in dit gebied kunnen worden bepaald” Einde citaat.

De Stadspartij concludeert hieruit dat iedere kostenspecificatie voor wat de inpassing van de tram bij het Noorderstation betreft voorlopig natte vingerwerk is.

De Herebrug wordt voor autoverkeer afgesloten en zal volgens de Stadspartij vooral een spoorbrug worden. Deze afsluiting zet de gehele verkeersafwikkeling op de kop en tast het verkeerscirculatieplan aan. Derhalve pleit de Stadspartij voor een volledige heroverweging van het totale verkeer- en vervoerbeleid in stad en Ommeland.

Over de problematiek rond het stationsgebied werd de raad niet voldoende goed geinformeerd.

De tram wordt opgevoerd als aanjager om de verkeersproblematiek in het stationsgebied op te lossen en de herontwikkeling van het stationsgebied te stimuleren. De Stadspartij is van mening dat juist geen tram en de ontwikkeling van de zuidzijde van het stationsgebied veel meer de problematiek van de verkeerssituatie zullen oplossen.

RO/EZ stelt: citaat “De voorgestelde lus laat zich ook nog onvoldoende beoordelen op functionaliteit. Op het onderdeel verkeersveiligheid bijvoorbeeld, één van de belangrijkste aspecten, wordt nog onvoldoende ingegaan. We moeten ons dan ook beperken tot een kwalitatief oordeel op basis van de aangeleverde tekening en toelichting daarop” Einde citaat.

Citaat RO/EZ

“Stedenbouwkundig gezien is de tramlus op lange termijn inpasbaar. Dit veronderstelt wel dat er een oplossing wordt gevonden voor het fietsvraagstuk en/of het busstation. Voor de eerstkomende 10 a 15 jaar ontstaat echter een stedenbouwkundige onaantrekkelijke situatie in het gebied. Deze situatie lijkt zich pas op te lossen als voor het busstation een afdoende oplossing is gevonden. Na verwachting is dat pas na 2020. Een eerder gefaseerde ontwikkeling van de Glaudélocatie lijkt zonder dat zekere perspectief niet voor de hand te liggen. De verkeersveiligheid ter hoogte van de onderdoorgang van het Hunzehuys verandert ons inziens niet. De tram komt hier immers in plaats van de bus. Voor zover een nieuwe stationshal en passage een oplossing voor dit vraagstuk kunnen bieden, blijkt ons inziens nog onvoldoende uit de uitgevoerde verkenning. De haalbaarheid van een nieuwe hal en een passage is bovendien sterk afhankelijk van derden. Voorwaardelijk is verder het wegnemen van autoverkeer op de Herebrug zoals hiervoor al gemeld is. De verkeerskundige verkenning van deze fase nog in studie”.

“Wel dienen vraagtekens gezet te worden bij de realiseringstermijn. De wens om met de huidige investering zowel de situatie voor 2015, maar ook een nog niet vastgestelde situatie voor na 2020 zeker te stellen gaat niet alleen voorbij aan de integrale problematiek van het Stationsgebied maar trekt ook een wissel op de oplossing daarvan. De verkenning van de verkeersproblematiek (Verkeersmachine Station Groningen, AGV-Movares, Gemeente Groningen, 2009) geeft juist aan dat voortborduren op een oplossing van de verkeersproblematiek aan de noordzijde van het gebied weinig toekomstwaarde heeft en zelfs een bedreiging vormt voor een optimale verkeersmachine. In dat licht moet ook de toekomstwaarde van de huidige tramplannen worden gezien” Einde citaat.

Wat de Stadspartij betreft is dit duidelijk. Het College van B&W verzwijgt deze problematiek en wil op kosten van de belastingbetaler suboptimale, onveilige en onhaalbare plannen met weinig toekomstwaarde doordrukken.

Volgens RO/EZ zouden de risico’s kunnen worden verkleind door een gefaseerde aanleg van de tramlus, maar dat wil het Trambureau niet. Sturen  B&W daarom aan op een jarenlange onverantwoorde situatie rond het station?

Lijn 2

Citaat RO/EZ
“Lijn 2

De opgenomen kostenpost voor milieumaatregelen (geluid lucht en trilling) achten wij vooralsnog te laag.

Ook de post ‘kabels en leidingen’ achten wij op basis van de huidige ontwerpgegevens te laag.

Er bestaat nog discussie over een aantal kostenposten of deze wel of niet een direct gevolg zijn van van de aanleg van de tram. Wij zijn van mening dat het maatregelen betreft welke niet uitgevoerd zouden hoeven worden als de tram gerealiseerd werd.

De hoogte van de post ‘onvoorzien’. De post onvoorzien voor de tracé keuze is ons inziens van een andere orde dan die van het VO.

De kostenpost ‘nadeelcompensatie’ ontbreekt nog

Mogelijk worden er nog een aantal haltes toegevoegd; de hiervoor noodzakelijke kostenpost ontbreekt.

Mogelijk dient er nog een extra trafo te worden opgenomen, in verband met stroomonderbreking in het tracé bij de beweegbare busbaanbrug.

Het is nog onduidelijk of en zo ja met welke financieringslast rekening dient te worden gehouden” Einde citaat.

 

Gezien de vele onzekerheden en discussies rond de bruggen over het Van Starkenborghkanaal is eventuele aanleg van deze lijn wat de Stadspartij betreft nog lang niet aan de orde. Te snelle besluitvorming zou nu tot suboptimale en voor de toekomst niet robuuste oplossingen leiden.

Wel wordt duidelijk dat RO/EZ het liefst de Noordzijde van de Vinkenstraat wil slopen.

 

Hoogachtend,
Namens de fractie van de Stadspartij,
Robert Prummel.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*