VVD, CDA en Stadspartij willen opheldering over Bed-Bad-Broodvoorziening

Foto: Mario Miskovic, RTV-Noord

De gemeenteraadsfracties van VVD, CDA en Stadspartij hebben gezamenlijk schriftelijke vragen gesteld aan het college over de Bed-Bad-Broodvoorziening. Al eerder vroegen de drie partijen om aanvullende informatie tijdens de debatten. Uit de reeds ontvangen informatie bleek volgens hen nog niet dat de voorziening nodig is aanvullend op de aanpak van het Rijk.

In december 2016 hebben de fracties hun ongenoegen ook al geuit over de wijze waarop het college de Bed-Bad-Broodvoorziening openhoudt. Staatssecretaris Dijkhoff heeft destijds aangegeven acht lokale vreemdelingenvoorzieningen op te willen zetten mits alle Bed-Bad-Broodvoorzieningen worden gesloten. De fracties willen graag van het college horen of het bereid is om de Bed-BadBroodvoorziening te sluiten indien het Rijk een andere oplossing aanbiedt en hier na de kabinetsformatie om vraagt. ‘De verantwoordelijkheid voor het opvangen van vreemdelingen ligt bij het Rijk en niet bij de gemeente Groningen. Het is daarom curieus dat de gemeente hier belastinggeld van de Stadjers aan uitgeeft’, aldus fractievoorzitter van de VVD Sabine Koebrugge.

‘De cijfers tonen aan dat de Dienst Terugkeer & Vertrek betere resultaten levert’, zegt Amrut Sijbolts van de Stadspartij. Recentelijk presenteerde DT&V hun resultaten aan de gemeenteraad. Bij de dienst zijn van de 21.560 ingestroomde personen 17.090 personen uitgestroomd. Dit gebeurde dan wel onder toezicht van de dienst, dan wel zelfstandig. Bij de gemeente stroomde slechts 7 van de 296 mensen uit, volgens de cijfers die de raad in december 2016 ontving. De fracties van VVD, CDA en Stadspartij zien een fors verschil tussen deze resultaten en willen van het college weten of de uitgave van Gronings gemeenschap geld daarmee wel zinvol is.

De drie partijen zijn van mening dat mensen niet zomaar op straat gezet moeten worden. Na een gerechtelijke uitspraak en het einde van een procedure is het echter zaak dat mensen terugkeren of werken aan terugkeer. ‘Voor het draagvlak voor het opvangen van vluchtelingen is het cruciaal dat we consequent zijn in de aanpak. Bovendien willen we niet de schijn wekken bij de uitgeprocedeerde asielzoekers dat er meer in zou zitten, terwijl de rechter al anders beslist heeft’, aldus CDAfractievoorzitter René Bolle.

Schriftelijke vragen ex art. 41 RvO

Groningen, 12 april 2017

Betreft: Vragen VVD, CDA en Stadspartij inzake Bed Bad Brood

Geacht college,

Mensen moeten niet zomaar op straat gezet worden, maar na een gerechtelijke uitspraak en het einde van een procedure is het zaak dat mensen terugkeren of gaan werken aan terugkeer. Dat is ook belangrijk voor het draagvlak voor het opvangen van vluchtelingen. Afgelopen week verschenen er diverse berichten in de media rondom de uitbreiding van de Bed-Bad-Broodvoorziening aan de Helsinkistraat. Uit deze berichten volgt dat de Bed-Bad-Broodvoorziening in Groningen structureel 3 miljoen per jaar zal gaan kosten. In het laatste bericht dat de gemeenteraad ontvangen heeft (collegebrief 14 december 2016) zou het nog om een incidentele oplossing gaan en zou die oplossing gedekt worden vanuit de verwachte vergoeding van het Rijk. De gemeente zou recht hebben op een vergoeding voor de periode 1 november 2015 t/m 1 december 2016. Het college gaf in de brief aan nog een vergoeding van 2 miljoen te verwachten. Dit bedrag wil het college gebruiken om de voorziening in 2017 open te houden. De verwachting van de verantwoordelijk wethouder is dat het Rijk na de zomer de kosten weer voor zijn rekening zal nemen.

De fracties van VVD, CDA en Stadspartij hebben in december hun ongenoegen geuit rondom de wijze waarop de Bed-Bad-Broodvoorziening wordt opengehouden. De staatssecretaris was bereid om acht lokale vreemdelingenvoorzieningen (LVV) op te zetten, onder voorwaarde dat alle andere BBB-voorzieningen zouden sluiten. Dit ligt in lijn met de verantwoordelijkheid die het Rijk draagt voor deze mensen. De verantwoordelijkheid ligt namelijk nadrukkelijk bij het Rijk en niet bij de gemeente, zoals het college zelf ook aangeeft in zijn eerdere brief. De fracties vinden het onwenselijk dat de gemeente onnodig belastinggeld van de Groningers uitgeeft.

Op 5 april jl. heeft de raadscommissie O&W een presentatie gekregen van de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) en hebben wij cijfers ontvangen van deze dienst. Hieruit blijkt dat in 2016 de instroom van vertrekzaken bij DT&V 21.560 personen was en de uitstroom 17.090 personen. Hiervan zijn 8.980 personen aantoonbaar uitgestroomd en 8.100 zelfstandig vertrokken zonder toezicht.

 

Dit is een fors aantal. Zeker als we dit vergelijken met de uitstroom vanuit de Bed-Bad-Broodvoorziening in Groningen in de periode 1 maart 2015 t/m 20 juni 2016. Toen was de instroom 296 en het terugkeercijfer 7. De aanpak van het Rijk levert dus niet alleen minder kosten voor de gemeente op, maar levert ook een beter resultaat.

Bovendien richt DT&V zich intensief op de begeleiding bij het vertrek. Een veel gehoord argument dat Groningen uniek is in de begeleiding van uitgeprocedeerde asielzoekers gaat daarbij dus niet op.

DT&V heeft aangegeven dat iedereen die mee wil werken aan vertrek opgevangen kan worden in Ter Apel. Tijdens het actualiteitendebat op 23 november 2016 heeft de wethouder aangegeven dat als men niet wil meewerken, men niet mag blijven. INLIA gaf in hun presentatie echter iets anders aan, namelijk dat sommige niet meewerken en anderen wel en er wordt aan gewerkt dat mensen (wel) weer meewerken.

De fracties van de VVD, CDA en Stadspartij hebben op basis van bovenstaande de volgende vragen:

  1. Is er inmiddels meer duidelijkheid over het bedrag dat de gemeente ter vergoeding voor de periode 1 november 2015 t/m 1 december 2016 van het Rijk krijgt?
  2. Gaat het volgens het college nog om een incidentele oplossing of om een structurele oplossing?
  3. Is de verwachting van het college dat het Rijk vanaf de zomer de Bed-Bad-Broodvoorziening weer zal financieren?
  4. Is het college in gesprek met andere gemeenten in de provincie om de financiering van de Bed-Bad-Broodvoorziening gezamenlijk te dragen?
  5. Is het college bereid om de Bed-Bad-Broodvoorziening te sluiten indien het Rijk een andere oplossing aanbiedt en hier na de kabinetsformatie om vraagt?
  6. Vindt het college het, gezien de terugkeercijfers van DT&V in vergelijking met de cijfers van de Groningse Bed-Bad-Broodvoorziening, zinvol om gemeentelijk geld uit te geven aan een dergelijke voorziening nu blijkt dat de resultaten minder goed zijn dan van de uit rijksmiddelen betaalde DT&V?
  7. Worden op dit moment uitgeprocedeerde asielzoekers opgevangen in de Bed-Bad-Broodvoorziening die niet mee willen werken aan terugkeer?
  8. Vindt het college dat meewerken aan vertrek een voorwaarde moet zijn voor opvang?
  9. Is het college met ons van mening dat wanneer Groningen tegen het rijksbeleid in een Bed-Bad-Broodvoorziening in stand houdt dit een aanzuigende werking kan hebben?
  10. Kan het college geanonimiseerd aangeven per ingezetene wat de reden is van het verblijf in de BBB-voorziening, het land van herkomst, IND status en of de betrokkene mee wil werken aan terugkeer en waarom deze persoon niet in een rijksvoorziening kan verblijven?

Met vriendelijke groet,

Sabine Koebrugge             René Bolle                Amrut Sijbolts
VVD                                      CDA                            Stadspartij